Mag een club onderscheid maken tussen camerabrillen en smartphones?
In dit artikel:
Een bezoeker vroeg of een club een verbod op camerabrillen mag invoeren. Ict-jurist Arnoud Engelfriet antwoordt dat dat in principe mag: horecagelegenheden mogen binnen redelijke grenzen huisregels opstellen (bijvoorbeeld kledingvoorschriften), en de markt bepaalt mede het draagvlak — komt er niemand meer, dan houdt de zaak op te bestaan. Wel is er een belangrijke wettelijke grens: huisregels mogen geen verkapte discriminatie zijn die beschermde groepen uitsluit (artikel 1 Grondwet).
Voor camerabrillen geeft Engelfriet ook een concrete juridische rechtvaardiging: veel mensen vinden heimelijk filmen ongewenst en dat kan de sfeer in een club aantasten. Bovendien bevat artikel 441b Strafrecht een verbod op heimlijk gebruik van camera’s in voor het publiek toegankelijke ruimtes (zoals cafés, bioscopen en clubs), wat het verbod steun geeft. Tegenover die maatregel staat het punt dat veel bezoekers met hun telefoon livestreamen of filmen — dat gedrag valt niet onder hetzelfde strafartikel, maar is meestal makkelijker te herkennen omdat de filmer zichtbaar in beeld wil staan.
Praktische nadelen van een kamerbrillenverbod noemt hij ook: uitbaters en personeel zullen niet altijd kunnen zien of een bril een camera bevat, zeker als mensen lampjes afplakken of nonchalant lopen. Desondanks kan een club ingrijpen als er een redelijk vermoeden bestaat van heimelijk filmen. Engelfriet vat samen dat een verbod op camerabrillen dus toegestaan en verdedigbaar is, mits het niet vermomd discriminerend is en binnen redelijkheid blijft.