Minister: alleen commerciële hacksoftware beschikbaar voor politie
In dit artikel:
Het kabinet gebruikt bij het inzetten van de hackbevoegdheid in de praktijk vrijwel uitsluitend commerciële hacksoftware, omdat er volgens minister Van Weel geen niet-commerciële alternatieven beschikbaar zijn. De constatering volgt op een WODC-evaluatie van de Wet computercriminaliteit III die 89 opsporingsonderzoeken tussen april 2021 en april 2024 onderzocht. In die zaken werd de bevoegdheid vooral tegen telefoons toegepast (105 toestellen) en leverde de hack in ongeveer 40% van de onderzoeken geen bewijsmateriaal op.
Het WODC waarschuwt dat zittingsrechters in hun vonnissen weinig inhoudelijk ingaan op de inzet van deze nieuwe, ingrijpende bevoegdheid. Dat is zorgelijk omdat de politie technisch hulpmiddelen kan gebruiken die niet volledig gekeurd zijn; keuringen moeten juist waarborgen dat verzamelde gegevens betrouwbaar zijn. Daarnaast blijft er een risico dat commerciële leveranciers toegang tot verkregen data hebben, een punt dat ook de Inspectie Justitie en Veiligheid enkele jaren geleden al benadrukte.
Minister Van Weel weerlegt deels de WODC-lezing: het ontbreken van uitgebreide behandeling in vonnissen betekent niet automatisch dat rechters niet hebben getoetst, omdat gebruik van een technisch hulpmiddel in het proces‑verbaal staat en ter zitting besproken kan worden. Hij benadrukt verder dat commerciële middelen een laatste redmiddel zijn; niet-commerciële oplossingen hebben de voorkeur, maar zijn vaak niet voorhanden.