Minister: end-to-end encryptie biedt privacy, maar hindert bestrijding criminaliteit
In dit artikel:
Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) waarschuwt dat end-to-end versleuteling privacy brengt maar ook opsporing bemoeilijkt. In een antwoord op Kamervragen van het CDA — naar aanleiding van berichtgeving dat drugsdealers via WhatsApp handelen — stelt hij dat politie en justitie momenteel geen effectieve, schaalbare methode hebben om handel via versleutelde berichtendiensten zoals WhatsApp of Signal een-op-een te onderscheppen.
In Nederland kunnen traditionele telecomaanbieders (bijvoorbeeld KPN, Vodafone) op grond van een gerechtelijke vordering verplicht worden om gegevens in leesbare vorm te leveren. Die wettelijke plicht geldt niet voor zogeheten nummeronafhankelijke communicatiediensten (apps die niet aan een telefoonnummer vastzitten). Zulke diensten geven bovendien zelf aan geen toegang te hebben tot gebruikerscommunicatie, waardoor ze een gerechtelijke vordering niet kunnen uitvoeren.
Van Weel benadrukt dat alleen de gebruiker en diens gesprekspartners toegang hebben tot de inhoud; dat beschermt privacy, maar betekent ook dat criminele communicatie vaak pas zichtbaar wordt bij zelfmelding of wanneer een toestel wordt ingenomen en gekraakt. Op Europees niveau wordt momenteel onderzocht of technische middelen mogelijk zijn om gerichte toegang tot versleutelde communicatie van verdachten te realiseren, maar de uitkomst en praktische toepasbaarheid daarvan blijven onzeker.