Minister gaat kijken naar manier waarop politie informatie over burgers verzamelt
In dit artikel:
Minister Vincent Van Weel (Justitie en Veiligheid) onderzoekt hoe de politie persoonsgegevens verzamelt en verwerkt naar aanleiding van een onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) naar de Teams Openbare Orde Inlichtingen (TOOI). In een brief aan de Tweede Kamer kondigt hij aan een juridische analyse en een verkenning met de korpschef en het lokale gezag te laten uitvoeren om te bepalen welke aanpassingen nodig zijn om binnen de wet te blijven.
TOOI-teams in elke regionale eenheid verzamelen informatie om vooraf risico’s bij evenementen zoals voetbalwedstrijden en demonstraties in te schatten. De AP stelde vast dat die teams soms langer en gedetailleerder gegevens bij elkaar brengen dan de Politiewet artikel 3 toestaat — die alleen een geringe privacyinbreuk rechtvaardigt — en dat er geen duidelijke wettelijke grondslag is voor heimelijke gegevensverzameling of voor het verwerken van gegevens over potentiële informanten. Soms worden ook bijzondere persoonsgegevens verwerkt zonder voldoende rechtsgrond.
De toezichthouder waarschuwt dat stap-voor-stap uitbreidingen van bevoegdheden kunnen leiden tot onevenredige ingrepen in grondrechten en een afschrikwekkend effect op vrijheden zoals demonstreren. De AP wijst er bovendien op dat mensen al informatie over zich laten vastleggen voordat zij gevraagd zijn informant te worden, en dat deze personen zich vaak niet bewust zijn van die registratie.
Van Weel laat onderzoeken of aanpassing van werkwijzen van TOOI binnen het bestaande kader van de Politiewet mogelijk is, bijvoorbeeld door striktere regels over wélke gegevens mogen worden verzameld en hoe lang. Als de juridische analyse uitwijst dat bepaalde werkzaamheden niet toegestaan zijn, zal worden nagegaan welke maatregelen nodig zijn om dat te stoppen of anderszins te regelen.